Nu weet ik eindelijk hoe het komt. Dat ik vaak zo slecht dingen kan onthouden.
Ik slaap te licht. Geen nacht gaat er voorbij of ik word wel een keer of drie, vier, als het tegenzit vijf of zes, wakker. En dat is niet goed voor je geheugen laat de VARA mij in het programma Nieuwslicht weten.
'Slechtere leerprestaties door geringe verstoring van slaap.
Zonder slaap ga je dood. Maar uit onderzoek aan de Vrije Universiteit blijkt dat ook licht slapen slecht is voor de gezondheid. Mensen waarbij de diepe slaap in het lab verstoord werd kunnen minder goed nieuwe dingen onthouden dan mensen die ongestoord slapen. Door te slapen onderhouden mensen hun geheugen. Zelfs een lichte verstoring van die slaap kan zorgen voor geheugenproblemen.'
Kijk dat bedoel ik dus. Mijn hippocampus krijgt te weinig kans om in mijn slaap alle gegevens netjes te rangschikken en een plaats te geven. Daardoor heb ik de volgende dag te weinig geheugencapaciteit om nieuwe data vlotjes op te slaan.
Dus mensen, houd er rekening mee, als ik weer eens iets vergeten ben.
woensdag 21 januari 2009
vrijdag 16 januari 2009
Heaven must be missing an angel...
Ken je die hit van Tavares uit 1976 nog?
Super disco en mierzoet.
Vandaag ben ik in een sentimentele bui, dus vooruit met de geit, ik zoek het liedje op you tube. En daar verschijnen de vijf heren compleet met afrokapsel.
Leuke pakjes hebben ze aan ook, en dan die danspasjes om je helemaal te bescheuren. Maar goed voordat ik nu de boel grondig afkraak, in 1976 keek niemand hier vreemd van op. Sinds die roaring jaren seventies is onze smaak echter danig veranderd geloof ik. Gek toch hoe we ons ongemerkt laten beïnvloeden door allerlei modes. Kijk maar eens naar films en televisieprogramma's uit die tijd. Je kunt je bijna niet meer voorstellen dat je het ooit zo goed/geweldig/meeslepend of anderzins aantrekkelijk vond. Ook foto's van mezelf uit die periode vind ik meestal een ramp. Maar al ziet het er niet uit, de herinnering is machtig. Daarom begon ik mijn blog vandaag ook met de hemel die een engel mist. Het is overigens bewezen dat de ervaringen die je pakweg tussen je vijftiende en derstigste verjaardag opdoet, de sterkste impressie achterlaten. Dat komt voornamelijk doordat het een periode in je leven is waarin er veel verandert. Ik zal me hier onthouden van een opsomming want een ieder die ongeveer van mijn leeftijd of ouder is, weet wat ik bedoel.
Inmiddels ben ik op you tube bij Leo Sayer en The Manhattans aanbeland.
Nog meer sentimentele songs.
Let's just kiss and say goodbye......
Super disco en mierzoet.
Vandaag ben ik in een sentimentele bui, dus vooruit met de geit, ik zoek het liedje op you tube. En daar verschijnen de vijf heren compleet met afrokapsel.
Leuke pakjes hebben ze aan ook, en dan die danspasjes om je helemaal te bescheuren. Maar goed voordat ik nu de boel grondig afkraak, in 1976 keek niemand hier vreemd van op. Sinds die roaring jaren seventies is onze smaak echter danig veranderd geloof ik. Gek toch hoe we ons ongemerkt laten beïnvloeden door allerlei modes. Kijk maar eens naar films en televisieprogramma's uit die tijd. Je kunt je bijna niet meer voorstellen dat je het ooit zo goed/geweldig/meeslepend of anderzins aantrekkelijk vond. Ook foto's van mezelf uit die periode vind ik meestal een ramp. Maar al ziet het er niet uit, de herinnering is machtig. Daarom begon ik mijn blog vandaag ook met de hemel die een engel mist. Het is overigens bewezen dat de ervaringen die je pakweg tussen je vijftiende en derstigste verjaardag opdoet, de sterkste impressie achterlaten. Dat komt voornamelijk doordat het een periode in je leven is waarin er veel verandert. Ik zal me hier onthouden van een opsomming want een ieder die ongeveer van mijn leeftijd of ouder is, weet wat ik bedoel.
Inmiddels ben ik op you tube bij Leo Sayer en The Manhattans aanbeland.
Nog meer sentimentele songs.
Let's just kiss and say goodbye......
woensdag 14 januari 2009
Geen tijd
zaterdag 3 januari 2009
Wonderlijk
Het lag al tijden te wachten op de bodem van mijn ziel. Mijn verlangen om mij op een andere manier uit te drukken dan met woorden. Regelmatig kwam het even aan de oppervlakte van mijn bewustzijn maar elke keer liet ik het weer zinken. Tot vorige week, toen heb ik het verlangen omgezet in daden.
Op maandagmorgen vroeg stapte ik in de trein richting Heiloo. De naam zegt het al, een plaats waar je heil kunt verwachten. Nu wil het toeval dat het atelier waar ik mij naar toe spoedde zich op het terrein van GGZ Noord Holland bevond. Kan zoiets toeval zijn, vroeg ik mij af. Of is het een teken van de voorzienigheid? Wat heb ik met de GGZ? Maar dat terzijde. Ik ging een tweedaagse workshop schilderen volgen en zag er als een berg tegenop. Waar was ik nu weer aan begonnen?
Het was koud, niet zomaar koud maar loeikoud die ochtend eind december 2008 in Heiloo op het GGz terrein. Ook binnen in het atelier was het koud en bleef het koud tot diep in de middag toen de verwarming eindelijk begon te werken.
Maar dat terzijde. Ondertussen liep ik warm voor schilderen met acrylverf. Een nieuwe wereld opende zich voor mij daar in het atelier in Heiloo. Het begon met een korte introductie waarbij ik met een platte kwast twee kleuren naast elkaar zette op papier. Nog niks bijzonders. Na de lunch werd het tijd voor het 'echte' werk. Schilderen op doek. Maar wat dan vraag je je af. Ach eigenlijk is dat helemaal niet moeilijk. In feite leent alles wat je kunt bedenken zich om op het doek te verbeelden. Huizen, bomen, dieren, fruit, mensen, je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt er wel een schilderijtje van maken. Het eerste dat mij inviel was water en lucht met een bootje of misschien meerdere bootjes. Tot zover ging alles naar wens. Ik had een schetsje gemaakt met houtskool en toen ging ik los met de verf. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het spontaan zou lukken. Toch gebeurde dat, zomaar zonder er bij na te denken. Niet dat alles wat ik wilde zich moeiteloos liet uitvoeren. En dat is te zien. Er zit totaal geen perspectief in mijn eersteling maar who cares. Tot op heden herkent iedereen er een boot in dus dat is al iets. En ik ben er zelf ook niet ontevreden over. Kijk het kleurgebruik kan vele malen subtieler net als de penseelvoering. Maar dat valt te leren. Aan het eind van de middag was mijn bootje klaar voor de afvaart. De volgende dag heb ik mij opnieuw uitgeleefd deze keer op een landschap met een boom. Nooit heb ik vermoed dat schilderen zoveel voldoening kan geven. En hoe snel je op een andere manier gaat kijken naar de wereld om je heen. Het lijkt wel of je alles veel intenser waarneemt. En dat zonder geestverruimende middelen dat is toch een wonder.
Op maandagmorgen vroeg stapte ik in de trein richting Heiloo. De naam zegt het al, een plaats waar je heil kunt verwachten. Nu wil het toeval dat het atelier waar ik mij naar toe spoedde zich op het terrein van GGZ Noord Holland bevond. Kan zoiets toeval zijn, vroeg ik mij af. Of is het een teken van de voorzienigheid? Wat heb ik met de GGZ? Maar dat terzijde. Ik ging een tweedaagse workshop schilderen volgen en zag er als een berg tegenop. Waar was ik nu weer aan begonnen?
Het was koud, niet zomaar koud maar loeikoud die ochtend eind december 2008 in Heiloo op het GGz terrein. Ook binnen in het atelier was het koud en bleef het koud tot diep in de middag toen de verwarming eindelijk begon te werken.
Maar dat terzijde. Ondertussen liep ik warm voor schilderen met acrylverf. Een nieuwe wereld opende zich voor mij daar in het atelier in Heiloo. Het begon met een korte introductie waarbij ik met een platte kwast twee kleuren naast elkaar zette op papier. Nog niks bijzonders. Na de lunch werd het tijd voor het 'echte' werk. Schilderen op doek. Maar wat dan vraag je je af. Ach eigenlijk is dat helemaal niet moeilijk. In feite leent alles wat je kunt bedenken zich om op het doek te verbeelden. Huizen, bomen, dieren, fruit, mensen, je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt er wel een schilderijtje van maken. Het eerste dat mij inviel was water en lucht met een bootje of misschien meerdere bootjes. Tot zover ging alles naar wens. Ik had een schetsje gemaakt met houtskool en toen ging ik los met de verf. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het spontaan zou lukken. Toch gebeurde dat, zomaar zonder er bij na te denken. Niet dat alles wat ik wilde zich moeiteloos liet uitvoeren. En dat is te zien. Er zit totaal geen perspectief in mijn eersteling maar who cares. Tot op heden herkent iedereen er een boot in dus dat is al iets. En ik ben er zelf ook niet ontevreden over. Kijk het kleurgebruik kan vele malen subtieler net als de penseelvoering. Maar dat valt te leren. Aan het eind van de middag was mijn bootje klaar voor de afvaart. De volgende dag heb ik mij opnieuw uitgeleefd deze keer op een landschap met een boom. Nooit heb ik vermoed dat schilderen zoveel voldoening kan geven. En hoe snel je op een andere manier gaat kijken naar de wereld om je heen. Het lijkt wel of je alles veel intenser waarneemt. En dat zonder geestverruimende middelen dat is toch een wonder.
zaterdag 27 december 2008
Brei geschiedenis
Insteken, omslaan, doorhalen en af laten glijden. Recht en averecht. Lang geleden, in de eerste klas van de lagere school om precies te zijn, heb ik met veel moeite deze stappen onder de knie gekregen. En ik ben er nog blij om. Want nu kan ik breien. In de tussenliggende jaren heb ik vele breisels geproduceerd. Enorme truien in de jaren zeventig. Daar kon je in wonen maar dat was in die tijd heel normaal. Ik heb trouwens lang een voorliefde gehad voor grote truien. Die camoufleren zo aardig je figuur. Niet dat ik dat toen nodig had want slank en niets te verbergen.
Breien was iets wat er bij hoorde. Je deed het overal, op school, in het café, in de kantine van de sportclub, in de trein. Begin jaren tachtig ging ik samenwonen in een studentenhuis. Naast ons woonden nog meer studenten met wie wij innig contact onderhielden. En je snapt het al, daar werd ook gebreid. Als we op maandagavond gezamenlijk naar Remie, het buurtcafé op de hoek gingen, lieten we de breisels niet thuis liggen. In het café werd tussen het biljarten en bierdrinken, verder gebreid.
Later heb ik zoals dat vaak gaat, de techniek verfijnd. Na de streepjes kwamen de figuren en ajour, weer later de kabel en het rondbreien. Alles beheers ik behalve het breien van sokken. Dat is toch echt voor de diehards onder ons. Ik zal hier verder niet op de details ingaan maar het is moeilijk, neem dat van mij aan.
Mutsen zijn trouwens ook niet gemakkelijk. Bij mij ontaardt het meestal in een vreemdsoortige tulband van wol. Geen gezicht. Dus daar ben ik mee opgehouden. En niet alleen met mutsen, op een gegeven moment heb ik het breien er helemaal aan gegeven. Lange jaren kon het mij niet meer bekoren maar vorig jaar kreeg ik plots weer aandrang. Dus ging ik op zoek naar nieuwe mogelijkheden en dan is Internet je vriend. Ik ontdekte dat breien weer helemaal hip is. Een trui of vest was wat te veel van het goede. Ik wilde het wel breien maar zag mezelf niet direkt rondlopen in zo'n zelfgebreid geval. Een poncho dan maar. Uiteindelijk werd het een stola. Ja, ja een stola en niet zo maar een. Het garen dat ik bestelde was een mix van zijde en wol. Prachtig. Maar duur. Het bijbehorende patroon was echter niet te ontcijferen dus flux zelf iets bedacht. Met naalden nummer zeven schoot ik lekker op. Toen het werkstuk af was, had ik de smaak weer helemaal te pakken. Diverse gestreepte sjaaltjes volgden. Heerlijk ontspannend om zo bezig te zijn.
In het najaar besloot ik een mooie sjaal voor Eva te beginnen. Het werd winter maar de sjaal stond nog op de naalden. Lente, het breiwerk belandde in de kast. In de zomer werd het naar boven verbannen zodat het niet in de weg lag. Toen de blaadjes van de bomen dwarrelden, dacht ik nu, nu moet het gebeuren maar ik deed niets. Steeds een ander smoesje verzinnend om het moment uit te stellen. Maar vandaag heb ik eindelijk de pennen weer ter hand genomen. Om Eva straks op Schiphol te kunnen verwelkomen met een warme wollen sjaal.
Daarna zien we verder.
Breien was iets wat er bij hoorde. Je deed het overal, op school, in het café, in de kantine van de sportclub, in de trein. Begin jaren tachtig ging ik samenwonen in een studentenhuis. Naast ons woonden nog meer studenten met wie wij innig contact onderhielden. En je snapt het al, daar werd ook gebreid. Als we op maandagavond gezamenlijk naar Remie, het buurtcafé op de hoek gingen, lieten we de breisels niet thuis liggen. In het café werd tussen het biljarten en bierdrinken, verder gebreid.
Later heb ik zoals dat vaak gaat, de techniek verfijnd. Na de streepjes kwamen de figuren en ajour, weer later de kabel en het rondbreien. Alles beheers ik behalve het breien van sokken. Dat is toch echt voor de diehards onder ons. Ik zal hier verder niet op de details ingaan maar het is moeilijk, neem dat van mij aan.
Mutsen zijn trouwens ook niet gemakkelijk. Bij mij ontaardt het meestal in een vreemdsoortige tulband van wol. Geen gezicht. Dus daar ben ik mee opgehouden. En niet alleen met mutsen, op een gegeven moment heb ik het breien er helemaal aan gegeven. Lange jaren kon het mij niet meer bekoren maar vorig jaar kreeg ik plots weer aandrang. Dus ging ik op zoek naar nieuwe mogelijkheden en dan is Internet je vriend. Ik ontdekte dat breien weer helemaal hip is. Een trui of vest was wat te veel van het goede. Ik wilde het wel breien maar zag mezelf niet direkt rondlopen in zo'n zelfgebreid geval. Een poncho dan maar. Uiteindelijk werd het een stola. Ja, ja een stola en niet zo maar een. Het garen dat ik bestelde was een mix van zijde en wol. Prachtig. Maar duur. Het bijbehorende patroon was echter niet te ontcijferen dus flux zelf iets bedacht. Met naalden nummer zeven schoot ik lekker op. Toen het werkstuk af was, had ik de smaak weer helemaal te pakken. Diverse gestreepte sjaaltjes volgden. Heerlijk ontspannend om zo bezig te zijn.
In het najaar besloot ik een mooie sjaal voor Eva te beginnen. Het werd winter maar de sjaal stond nog op de naalden. Lente, het breiwerk belandde in de kast. In de zomer werd het naar boven verbannen zodat het niet in de weg lag. Toen de blaadjes van de bomen dwarrelden, dacht ik nu, nu moet het gebeuren maar ik deed niets. Steeds een ander smoesje verzinnend om het moment uit te stellen. Maar vandaag heb ik eindelijk de pennen weer ter hand genomen. Om Eva straks op Schiphol te kunnen verwelkomen met een warme wollen sjaal.
Daarna zien we verder.
woensdag 24 december 2008
Dikke jongen
Uitgeput laat ik mij boven op de dikke jongen vallen.
Hij protesteert niet.
Nooit.
Hij neemt alles voor lief.
Hij is er altijd als ik hem nodig heb.
Hij is ideaal.
Vandaag kan ik niet zonder hem.
Net als al die andere dagen.
Hij ligt op mij te wachten
en wordt niet ongeduldig.
Hij steunt mij.
Hij is ideaal.
Hoewel sinds hij in mijn leven is
is hij een heel stuk dunner geworden.
Hij heeft het zwaar
maar dat deert hem niet.
Hij geeft zich helemaal
en wordt nooit saai.
Hij is ideaal.
Liggend op de dikke jongen
denk ik aan de dongel.
Hij protesteert niet.
Nooit.
Hij neemt alles voor lief.
Hij is er altijd als ik hem nodig heb.
Hij is ideaal.
Vandaag kan ik niet zonder hem.
Net als al die andere dagen.
Hij ligt op mij te wachten
en wordt niet ongeduldig.
Hij steunt mij.
Hij is ideaal.
Hoewel sinds hij in mijn leven is
is hij een heel stuk dunner geworden.
Hij heeft het zwaar
maar dat deert hem niet.
Hij geeft zich helemaal
en wordt nooit saai.
Hij is ideaal.
Liggend op de dikke jongen
denk ik aan de dongel.
zondag 21 december 2008
Nog vier nachtjes
... slapen. En dan is het Kerstmis. Ik ben er helemaal klaar voor. De boom staat, opgetuigd en wel. De cadeautjes liggen er onder. Het menu van de dag zit in mijn hoofd. Nu alleen nog de boodschappen. Daar heb ik echt enorm veel zin in. In een drukke supermarkt met een karretje manoeuvreren tussen al die andere karretjes. Het duurt minstens tien tellen voordat je kunt pakken wat je nodig hebt omdat er nog vijf andere mensen staan te graaien in dezelfde bak. Oh ergernis nummer uno. En als je dan eindelijk bij de kassa staat, ben je natuurlijk nog wat vergeten. Nee dat is te cliché. Dat gebeurt mij nooit, zo georganiseerd als ik ben. Zonder boodschappenlijstje kom je mij niet tegen in de Deen. Waar moet dat heen, dat is even voor het rijm.
Het dessert dit jaar heeft de aanlokkelijke naam 'hemelse modder'. Het is een oud familierecept. Veel pure chocolade, het liefst Cote d'Or. Stijfgeslagen eiwitten en slagroom, vermengd met de nodige suiker. Je kunt je voorstellen hoe hemels dat wordt. Het enige dat mij zorgen baart zijn de ei dooiers die in dit gerecht rauw verwerkt worden. Voel je de bui al hangen. Salmonella ligt bij mij Eerste Kerstdag op de loer. Daar moet ik dus iets op bedenken zodat ik niemand vergiftig. Want dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn van dit gezellige samenzijn. Om nog maar te zwijgen van het chagrijn dat ik er zelf van zou hebben.
Het dessert dit jaar heeft de aanlokkelijke naam 'hemelse modder'. Het is een oud familierecept. Veel pure chocolade, het liefst Cote d'Or. Stijfgeslagen eiwitten en slagroom, vermengd met de nodige suiker. Je kunt je voorstellen hoe hemels dat wordt. Het enige dat mij zorgen baart zijn de ei dooiers die in dit gerecht rauw verwerkt worden. Voel je de bui al hangen. Salmonella ligt bij mij Eerste Kerstdag op de loer. Daar moet ik dus iets op bedenken zodat ik niemand vergiftig. Want dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn van dit gezellige samenzijn. Om nog maar te zwijgen van het chagrijn dat ik er zelf van zou hebben.
Abonneren op:
Posts (Atom)